11 september 2014

modernisme, altijd dezelfde look? #essay


tekst: sofie ghys (en een beetje lief luypaers)


in de eerste helft van de 20ste eeuw was het modernisme een populaire architectuurstroming. in deze moderne beweging streefden ontwerpers niet alleen naar een vrije gevel-indeling en een open plattegrond, maar ook functionaliteit was een belangrijk ontwerpcriterium. daarom schuwden architecten ornamenten en dreigde de modernistische architectuur een saaie eenheidsworst te worden.


architectuur is saai

rem koolhaas beweert dat de architectuur in slechte gezondheid verkeert (1). hij verwees hiermee naar de modernistische stroming die vanaf de 20ste eeuw zorgde voor een wereldwijde uniformiteit in de architectuur. volgens koolhaas wordt architectuur te serieus benaderd terwijl de bouwkunst net heel dynamisch en levendig is.
terwijl er vroeger nog een duidelijker onderscheid was tussen pakweg de spaanse en oostenrijkse architectuur, produceerde de moderniteit overal dezelfde strakke villa. vanaf het begin van de 20ste eeuw lijken alle bestaande referentiekaders weg te vallen. denk bijvoorbeeld aan het oostenrijkse dorp dat in de jaren 2000 in china gebouwd werd. de grens tussen authentiek en artificieel is niet langer scherp afgelijnd.


le corbusier

één van de belangrijkste en bekendste architecten van het modernisme is de fransman le corbusier. qua ontwerpvisie en beeldtaal is hij vast en zeker een uithangbord van deze 20ste-eeuwse stroming.
hij hanteerde telkens vijf criteria die hij in (bijna) al zijn ontwerpen toepaste: ten eerste plaatste hij de gebouwen op zuilen, de zogenaamde ‘pilotis'. bovendien koos hij voor een vrij plan, een vrije gevel-indeling en doorlopende strookramen. tenslotte hebben de meeste ontwerpen ook een dakterras. de gebouwen van le corbusier moesten eruitzien alsof ze onaangeraakt waren door de natuur.

in de loop van zijn carrière kreeg de franse architect een voorliefde voor beton waarmee hij zijn structurele oplossingen kon benadrukken. het kwam er uiteindelijk op neer dat alles functioneel moest zijn. toch lijken zijn opvattingen voor discussie vatbaar. zo gebruikte hij zuilen om de tuin te laten doorlopen onder het gebouw, maar hiermee creëerde hij een eerder onaangename en onbruikbare plek.
ook de kleur die le corbusier gebruikte leek niet functioneel te zijn. de architect stelde zelf dat vorm voorgaat op kleurgebruik (2). toch is kleur misschien niet functioneel maar daarom nog niet onbelangrijk, aldus le corbusier. zo is de benedenverdieping van le villa savoye groen geschilderd. op die manier gaat de woning moeiteloos op in het gras en verdwijnt ze als het ware in de omgeving. hierbij ging het voor de ontwerper niet zozeer om het functionele maar wel om de beleving van het gebouw.

de benedenverdieping van de villa savoye is groen geschilderd (bron)



adolf loos: ornament en misdaad

terwijl le corbusier geldt als prototype voor het modernisme, zijn er in het begin van de 20ste eeuw ook modernisten die minder vanzelfsprekend aansluiten bij deze heersende ontwerpvisie. de oostenrijker adolf loos was zo’n architect. volgens hem kon architectuur een nieuwe esthetische beleving teweeg brengen. het ornament zag hij als ‘een vijand van de waarheid’. bovendien waren ornamenten kostelijk en volgens loos een verpilling van grondstoffen en werkkrachten.
de verfraaiing was vanaf dan niet langer organisch verbonden met een bepaalde cultuur en verloor op die manier ook haar betekenis. het verdwijnen van ornamentiek maakt ontwerpen tijdloos, aldus loos. 
in tegenstelling tot andere modernisten, overdreef loos niet in het gebruik van glas. een overdaad aan glas beschouwde hij als ornament en dus als irrelevant en nutteloos. in zijn interieurs daarentegen, zorgde loos wel voor een enorme rijkdom die sterk afwijkt van de vormentaal van het modernisme. de inwendige ruimte staat voorop en wordt slechts omhuld door een kubistische schil die dan weer wel nauw aansluit bij de gelijkvormigheid van deze periode.


postmodernisme

als reactie op de ‘uniforme saaiheid’ ontstond in de tweede helft van de 20ste eeuw het postmodernisme. grondlegger van deze stroming is de amerikaanse architect philip johnson. “i got bored with the boxes,” stelde hij.
in het postmodernisme verwezen ontwerpers regelmatig naar het verleden. elementen uit de klassieke bouwstijlen werden vaak uitvergroot of vereenvoudigd. vrije vormen en verwijzingen naar de omgeving kwamen ook dikwijls voor. het contrast met het modernisme is erg groot en ontwerpen leken soms als grap bedoeld. een sprekend voorbeeld van de postmodernistische architectuur is het groninger museum in nederland.

het groninger museum (bron)


het modernisme lijkt inderdaad één grote eenheidsworst te zijn die naar saaiheid neigt en niet langer actueel is. de wereld is geen blokkendoos. maar zijn de modernistische ‘boring boxes’ dan niet nodig om rust te brengen in de drukte en de chaos van de 21ste eeuw? een wereld vrij van ornamenten die leegte schept lijkt opportuun.


BIBLIOGRAFIE

DE POURCQ, E. ‘Gekloond Oostenrijks dorp officieel geopend in China’, HLN, 2 juni 2012, internet, http://www.hln.be/hln/nl/1901/reisnieuws/article/detail/1447898/2012/06/02/Gekloond- Oostenrijks-dorp-officieel-geopend-in-China.dhtml

KOOLHAAS R., 'De architectuur verkeert in slechte gezondheid', Knack, Internet, http://weekend.knack.be/lifestyle/wonen/architectuur/de-architectuur-verkeert-in-slechte- gezondheid-rem-koolhaas/article-4000649382879.htm (voetnoot 1)

KRABBENDAM, P., ‘Modernisten bedankt!’, De Architect, Internet , http://www.dearchitect.nl/blogs/2014/04/15/modernisten-bedankt.html

BOOM, S., ‘Postmodernisme’, Architectenweb, Internet, http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?ID=140

KLINKHAMMER, B., Preservation, education and research, ncpe, Internet, http://www.ncpe.us/wp- content/uploads/2013/01/Klinkhamer_OffprintPERvol4.pdf (voetnoot 2)
Cohen J., Le Corbusier, Peter Gössel, Bonn, 2004. Sarnitz A., Loos, VG Bild-Kunst, Bonn, 2003.
Les 3: authentiek/artificieel.), Sels N., 23 oktober 2013. 


VOETNOTEN

(1) “De architectuur verkeert in slechte gezondheid!”.

(2) ‘L’idée de forme précède celle de couleur. La forme est prééminente, la couleur n’est qu’un de ces accessoires. La couleur dépend entièrement de la forme matérielle” (Ozenfant and Jeanneret 1918, 55)’.

1 opmerking:

  1. ook nie gelezen :p
    maar het ziet er hier wel goed uit jom!

    BeantwoordenVerwijderen